Wat is filtratie
Er zijn vier manieren om vaste deeltjes af te vangen. De filterklasse, de deeltjesgrootte en de filterconstructie bepaalt de sterkte van de effecten.
Luchtfilters kunnen gebruikmaken van:
• het zeefeffect
• het inertiemassa-effect
• het interceptie-effect
• het diffusie-effect.
Het zeefeffect
Het zeefeffect wordt het meest toegepast bij luchtfilters. Het principe van het zeefeffect is simpel: het deeltje is groter dan de ruimte tussen de filtervezels en wordt daardoor vastgehouden.
Het inertiemassa-effect
Dit filterprincipe wordt ingezet als de massa van de deeltjes groot is. Het deeltje komt met hoge snelheid aan. Door z’n zwaarte botst het deeltje op de filtervezel in plaats van dat het afbuigt met de luchtstroom mee.
Het interceptie-effect
Het gegeven dat deeltjes aantrekkingskracht op elkaar uitoefenen ('Van der Waalskracht')is bij dit filterprincipe belangrijk. De grotere filtervezels trekken de relatief kleine stofdeeltjes aan. Nadat de deeltjes onderschept zijn blijven ze aan de filtervezels vastzitten.
Het diffusie-effect
Zeer kleine deeltjes vertonen vaak een onregelmatige eigen beweging. Dit fenomeen wordt aangeduid met de Brownse-beweging. Het patroon van de weg die de deeltjes afleggen kan afwijken van de richting van de luchtstroom. De kans is groot dat het deeltje door de Brownsebeweging in contact komt met de filtervezels. De verschillende filtereffecten kunnen in een grafiek uiteen worden gezet, waarmee ook duidelijk wordt op welke deeltjesgrootte de filtratieprincipes effect hebben.









